Willem van Tongeren

Vaassen heeft eerste standbeeld gewijd aan een man van het slag waarvoor men doorgaans geen standbeelden opricht. Het gaat in dit geval om de koopman Kleine Willem, een kleurrijke figuur, die destijds in Vaassen en wijde omgeving dagelijks langs ‘s Heren wegen zwierf met lucifers, een handelswaar waarin hij zich gespecialiseerd had.

Licht verspreidde hij overigens niet alleen met zijn lucifers, maar ook met zijn op godsdienstig geschoeide liedjes. Hij haalde hier mee zelfs de kolommen van de kerkelijke pers.

Willem van Tongeren placht op zijn marskramerstrommeltje te gaan staan, verzocht om stilte, deed de pet eerbiedig onder de arm en dan ging het zo: “Juich aarde, juich alom den Heer, hallo! Dient God met blijdschap, geef Hem eer, hallo!”, enzovoorts. En dit was zijn lijflied: “God is zo oneindig goed, dat men Hem beminnen moet. ‘t Leven geeft Hij mij, eten, drinken nog daarbij”.

Over Willem van Tongeren, die ”flierefluiter Gods”, doen vele anekdotes de ronde. Bijvoorbeeld dat hij, wanneer hij ergens op zijn dagelijkse tochten een proper wasje aan de lijn zag, er een schone lange onderbroek afhaalde en er zijn eigen vuile exemplaar voor in de plaats hing.