Antonie Pannekoek

Pannekoek (1873-1960) Anton Pannekoek was astronoom en hoogleraar. Het begon allemaal in een heel gewoon middenklassegezin uit Vaassen. Antons vader was bedrijfsleider bij de metaalgieterij. Pannekoek ging naar de hbs en deed al op zijn vijftiende astronomische waarnemingen. Tezelfdertijd werd zijn belangstelling voor politiek gewekt.

In 1891 ging Anton in Leiden studeren. Al voor zijn promotie had Pannekoek een, zeer uitzonderlijke, vaste aanstelling aan de sterrenwacht gekregen. Niet alleen in de sterrenkunde ging zijn ontwikkeling snel. In zijn vrije tijd had hij zich ook al grondig verdiept in het socialisme. Hij was in 1899 lid geworden van de SDAP. In 1906 gaf hij zijn baan aan de sterrenwacht op. Tussen 1906 en 1918 was hij in de eerste plaats politicus en trok hij op met de groten. Toen hij na de Russische Revolutie kritiek uitte op de machtspolitiek van Lenin, nam deze Pannekoek serieus genoeg om hem in een pamflet terecht te wijzen.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 keerde hij naar Nederland terug. Er brak een treurige tijd aan van tijdelijke leraarsbaantjes en armoede voor zijn gezin. In 1918 werd Pannekoek benoemd tot buitengewoon lector aan de universiteit van Amsterdam. In 1921 werd hij gewoon lector en kon hij een eigen Sterrenkundig Instituut stichten. Tezelfdertijd werd hij partijloos. In 1925 werd Pannekoek hoogleraar. Zijn onderzoeksprogramma had inmiddels een hoge vlucht genomen.

Pionier van de astrofysica.

De Nederlandse astrofysica werd in Amsterdam van de grond af opgebouwd. Pannekoeks instituut was ook geen sterrenwacht en maakte vooral gebruik van fotografisch materiaal uit verschillende bronnen. Pannekoek moest zich inwerken in de kwantummechanica, waarna hij jarenlang de enige Amsterdamse hoogleraar was die er college in gaf. Ook op andere gebieden van de astronomie heeft Pannekoek belangrijke bijdragen geleverd. In een aantal publicaties nam hij prachtige eigen tekeningen van de Melkweg op, zoals in zijn indrukwekkende boek "De wonderbouw der wereld". 

Als men Pannekoeks oeuvre enigszins tracht te overzien is alleen al de veelzijdigheid adembenemend. Hij was als onderzoeker een uitstekend theoreticus en waarnemer, een glashelder docent, een briljant tekenaar en wis- en rekenkundige, en hij schreef en sprak goed zijn talen.

Dokter Windemuller

George Everhard Windemuller werd geboren op 26 november 1879 te Middelburg. In 1906 studeerde hij af voor arts en vestigde zich in Apeldoorn. In 1910 werd hij huisarts te Oene en in 1914 vestigde hij zich in Vaassen als arts in de oude dokterswoning aan de Dorpsstraat 89. Hij was gehuwd met Adwina S. W. F. Schenau. Zij was op 16 maart 1874 geboren te Batavia op Nederlands-Indië en hadden samen één dochter genaamd Ada die op 15 april 1913 was geboren.

Dokter G. E. Windemuller was een zeer geliefde huisarts en als dorpsdokter voor die tijd erg deskundig en vooruitstrevend. Zijn patiënten kwamen altijd op de eerste plaats. Hij behandelde de mensen zonder arrogantie of afstandelijkheid en probeerde hen altijd met simpele bewoordingen in te lichten over hetgeen ze mankeerden. Hij was zeer menslievend in woord en daad. Buiten zijn gewone dagelijkse werk in zijn dokterspraktijk deed hij op allerlei ander gebied zoveel meer. Hij hield vaak lezingen over hygiëne. voedings- en gezondheidsleer. Hij gaf cursussen voor kraamvrouwen en voor eerste hulp bij ongelukken (EHBO). Hij was een groot bestrijder van drankmisbruik. En was actief voor de kruisvereniging en het Rode Kruis.

In Vaassen was hij één der eersten die in het bezit was van een automobiel. Hij nam rijexamens af voor autobestuurders ouder dan 17 jaar. In de twintiger jaren van de vorige eeuw ging dat heel anders dan nu. Je moest zelf over een auto beschikken. Je haalde de dokter bij zijn woning op. reed hem naar een patiënt en na het patiëntenbezoek werd de dokter door de bestuurder in spe weer thuisgebracht. Als het rijden en besturen van de auto goed was verlopen. was je geslaagd voor alle rijbewijzen van A tot Z. Nu zouden we zeggen van A tot en met E.

Zijn zuster Nanni Windemuller had een boekwinkel in Vaassen. In het laatste oorlogsjaar 1944 nam hij op 65 jarige leeftijd afscheid als huisarts. Dokter Stevens volgde hem op en in 1956 waren de bekende dokter Duit en zijn vrouw de opvolgers van dokter. Stevens.

G. E. Windemuller woonde na zijn pensionering in het oostelijke bouwhuis van het kasteel de Cannenburch waarin nu het restaurant is gevestigd. Van 1946 tot 1949 vertegenwoordigde hij Vaassen als lid van de Gemeenteraad. Hij overleed op 11 juli 1950 na een welbesteed leven. Hij heeft 36 jaar in Vaassen gewoond. Zijn begrafenis vond plaats in Amsterdam. Naar deze bijzondere dorpsdokter is een straat genoemd.

Frits (de Zwerver) Slomp

Slomp werd in 1898 in Ruinerwold geboren als zoon van de landbouwers Jan Slomp en Grietje Zantinge. Hij studeerde theologie in Kampen. In 1927 begon hij zijn loopbaan als gereformeerd predikant in Nieuwlande. In 1930 werd hij predikant te Heemse bij Hardenberg. Deze plaats ligt dicht aan de Duitse grens zodat hij via Duitse kerkgangers alsmede door eigen onderzoek al spoedig de gevaren van het Duitse nazisme besefte en zich daartegen ging verzetten. Zo hielp hij Joodse vluchtelingen die eind jaren dertig Duitsland waren ontvlucht.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog trok hij vanaf de kansel en op illegale bijeenkomsten van de Anti-Revolutionaire Partij en het Christelijk Nationaal Vakverbond fel van leer tegen de Duitsers bezetter. Als gevolg daarvan moest hij in juli 1942 onderduiken. Tijdens zijn onderduikperiode leerde hij Helena Kuipers-Rietberg (Tante Riek) kennen op wier aandrang hij eind 1942 begin 1943 de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (afgekort L.O.) oprichtte.

In 1944 werd hij toevalligerwijs opgepakt maar niet herkend. De Landelijke Knokploegen (LKP), met een belangrijke rol voor de Enschedese bakker en leider van KP Twente Johannes ter Horst, wisten hem echter door een overval op de Koepelgevangenis in Arnhem te bevrijden. Met zijn gezin ondergedoken wist Slomp veilig het einde van de oorlog te bereiken.

Aan het einde van en tijdens de eerste maanden na afloop van de oorlog was hij belast met openbare orde-taken. Hij legde zich later ook toe op pastorale zorg aan personen die met de Duitsers hadden geheuld; dit wierp zijn vruchten af want het had tot gevolg dat een aantal voormalige NSB'ers en een SS'er tot inkeer kwamen en bij hem geloofsbelijdenis deden.

In de herfst van 1945 aanvaardde hij het predikantschap in Blokker (N-H). Vervolgens vertrok hij in 1948 naar het toenmalige Nederlands-Indië en maakte zodoende de tweede politionele actie mee. In 1949 liep de jeep waarin hij zat op een landmijn; weliswaar raakte hij niet zwaargewond maar hij hield er wel een blijvend slecht gehoor aan over.

In 1950 kwam hij terug naar Hoorn; vanwege evangelisatie onder mensen uit de lagere inkomensgroepen kwam hij in conflict met de kerkeraad en ging hij in 1962 daarom voortijdig met emeritaat. In de plaats Wolvega zette hij echter tot 1966 dit soort evangelisatie-acties voort. Vervolgens verhuisde hij naar Vaassen. In 1972 werd bij hem kanker geconstateerd waar hij uiteindelijk in 1978, op ruim tachtigjarige leeftijd, overleed.

Gerrit Hulseboom

Dorpskerk Vaassen

Gerrit Hulseboom werd in 1784 te Amsterdam geboren, was van 1818 tot zijn dood in 1863 tekenmeester bij het Opvoedingsinstituut voor Jonge Heeren" van. Ds. B.E.C. van Niel te Vaassen.

Hij tekende en schilderde vooral Geldersche landschappen. Hiervan waren twee proeven op de tentoonstelling te Amsterdam in 1818. Een derde schilderij stelde een Stilleven en Dood Wild voor.

Hij was leraar van o.a. Reinierus Albertus Ludovicus van Isendoorn à Blois, eigenaar van kasteel de Cannenburgh in Vaassen.

Willem van Tongeren

Vaassen heeft eerste standbeeld gewijd aan een man van het slag waarvoor men doorgaans geen standbeelden opricht. Het gaat in dit geval om de koopman Kleine Willem, een kleurrijke figuur, die destijds in Vaassen en wijde omgeving dagelijks langs ‘s Heren wegen zwierf met lucifers, een handelswaar waarin hij zich gespecialiseerd had.

Licht verspreidde hij overigens niet alleen met zijn lucifers, maar ook met zijn op godsdienstig geschoeide liedjes. Hij haalde hier mee zelfs de kolommen van de kerkelijke pers.

Willem van Tongeren placht op zijn marskramerstrommeltje te gaan staan, verzocht om stilte, deed de pet eerbiedig onder de arm en dan ging het zo: “Juich aarde, juich alom den Heer, hallo! Dient God met blijdschap, geef Hem eer, hallo!”, enzovoorts. En dit was zijn lijflied: “God is zo oneindig goed, dat men Hem beminnen moet. ‘t Leven geeft Hij mij, eten, drinken nog daarbij”.

Over Willem van Tongeren, die ”flierefluiter Gods”, doen vele anekdotes de ronde. Bijvoorbeeld dat hij, wanneer hij ergens op zijn dagelijkse tochten een proper wasje aan de lijn zag, er een schone lange onderbroek afhaalde en er zijn eigen vuile exemplaar voor in de plaats hing.